In sambal gebakken krokante tempé

Indonesische krokante tempé
 
Bij een Indonesische rijsttafel krijg je vaak ook een schaaltje met van die heerlijke in sambal gebakken krokante tempé. In mijn geval is dat schaaltje altijd zo op. Zo onwijs lekker vind ik die krokante stukjes tempé! Daarom nu voor jou dit heerlijke recept van deze makkelijke, snelle en heerlijke in sambal gebakken krokante tempé.
 
Tempé is een soort koek van sojabonen
Het is afkomstig uit Indonesië en wordt daar heel veel gebruikt. Omdat het plantaardig is, wordt tempé ook vaak gegeten door veganisten. Tempé neemt de smaken van een gerecht heel goed op, het zuigt zich als het ware een beetje vol -net als een spons- en is daardoor geschikt voor een heleboel verschillende gerechten. 
 
Dit recept voor in sambal gebakken krokante tempé komt uit de Bijbel van de Indonesische keuken
Een supermooi en vooral dik handboek waar zo’n beetje alle Indonesische gerechten wel in staan, geschreven door Maureen Tan. Aanrader hoor, zeker als je zelf ook graag meer Indonesisch wilt koken! Onderstaand recept heb ik iets aangepast op de hoeveelheid, zodat het niet voor 10 personen geschikt is maar voor ongeveer 4 tot 6 personen. Speel in dit gerecht ook vooral met de hoeveelheid pepers. Ik was bang dat het veel te pittig zou worden, dus heb ik 2 rode pepers en 1 scherpe rawit peper toegevoegd in plaats van de voorgeschreven 4 rode pepers. Uiteindelijk vond ik het helemaal niet te pittig en heb ik er zelfs nog wat extra sambal bij gegeten. Kijk dus vooral wat jij zelf kan handelen 😉 Op zijn Indonesisch heet dit gerecht trouwens: sambal goreng tempe kering. 
 
Stinkboontjes, yes please!
In het recept kan je eventueel petehbonen, ook wel bekend als ‘stinkbonen’ toevoegen. Nou als dit erbij staat, reken dan maar dat ik ze erin doe! Petehbonen zijn kleine groene peulvruchten die vooral gebruikt worden als smaakmaker. In Indonesië heb ik ze vaak gewoon langs de weg aan de bomen zien groeien en ook hangen deze lange groene kronkelpeulen vaak in bundels aan Aziatische marktstalletjes. De petehbonen zelf zien eruit als groene amandelen en hebben een heel specifieke eigen smaak. Lichtbitter en een beetje knoflookachtig. Waarom ze stinkbonen worden genoemd? Je adem (en vaak ook urine) gaat enorm ruiken van deze bonen. Maar, daar staat wel weer tegenover dat ze ontzettend gezond zijn! In Indonesië zelf dichten ze allerlei gezondheidsvoordelen aan deze boon toe. Daarom, als je het niet te vaak eet of ‘s avonds geen afspraken meer hebt, zou ik zeker aanraden deze boon eens te proberen! Petehbonen vind je vaak in de diepvries van de toko en er ligt dus ook bijna altijd een pakketje bij mij in de vriezer, want dit blijft lang houdbaar. Een bekend gerecht met petehbonen (ook wel pete of petai genoemd) is de sambal goreng udang peteh met grote garnalen. Dat is ook zo’n schitterend gerecht!

Ingrediënten

Voor 4-6 personen als bijgerecht

  • Zonnebloemolie om in te bakken
  • 500 gram tempé
  • 3 kleine sjalotten of 1 grote sjalot
  • 2 tenen knoflook in dunne plakjes
  • 1 stengel citroengras (sereh) gekneusd
  • 2 blaadjes salam
  • 3 rode pepers (lombok pepers) of 3 rawits
  • Een duim verse laos ongeveer 5 cm
  • 1 tl trassi
  • Eventueel: 15 petehbonen 
  • 50 gram palmsuiker (gula djawa)
  • 1/2 tl zout
  • 1 el tamarindepulp* of 1,5 el tamarindepasta
  • 4 el ketjap manis

*Tamarindepulp is een blok bestaande uit het vruchtvlees van de tamarindepeul. Hiermee maak je de officiële asem als smaakmaker. In veel supermarkten en toko’s kan je ook tamarindepasta vinden. Dit kan je als alternatief gebruiken. Zie ook Indonesisch koken: wat heb je nodig?


Hoe maak je het?
  1. Snijd de tempé in repen en daarna in smalle reepjes. 
  2. Gebruik je tamarindepulp? Week die dan alvast in warm water. Los de eetlepel tamarindepulp op in 2 x zoveel warm water. Roer goed door en laat het mengsel afkoelen. Giet het daarna door een zeefje en vang het vocht (asem heet dat) op. Druk de achtergebleven tamarindepulp in de zeef goed aan, zodat alle smaken vrijkomen. Weet je niet hoe asem of tamarindepulp eruitziet? Kijk dan bij mijn handige artikel Indonesisch koken voor beginners voor deze en nog meer Indonesische ingrediënten. 
  3. Verhit een flinke scheut van de zonnebloemolie tot er een laagje staat in een wok en frituur de tempé (in delen als het teveel is) rondom krokant en goudbruin. Laat de tempé uitlekken in een vergiet of op een bord met keukenpapier. Giet de overtollige olie uit de wok en laat de wok staan. 
  4. Snijd de sjalotten fijn. Snijd ook de knoflook en rode peper in dunne plakjes. Kneus het citroengras en kneus ook de laos. Snijd in grove grote stukken die je er later makkelijk uit kan vissen. Kneus ook de blaadjes salam: wrijf de blaadjes salam door je handen om de aroma’s vrij te laten komen. 
  5. Eventueel: snijd ook de petehbonen in grove stukken. Ik snijd ze meestal in vieren, zodat je nog duidelijk stukken petehboon ziet zitten. 
  6. Verhit de wok opnieuw en fruit de sjalotten, knoflook, citroengras, salam blaadjes en rode pepers aan. Doe dit ongeveer 10 minuten in ruime olie en blijf ernaast staan, zorg dat het niet aanbrandt.
  7. Voeg de laos, trassi en eventueel petehbonen toe. Bak alles nog 1 minuut mee. 
  8. Voeg de palmsuiker toe en breng op smaak met het zout, de tamarindepulp (of tamarindepasta) en de ketjap manis. Als de palmsuiker niet snel genoeg smelt kan je een klein beetje water toevoegen, zodat de suiker sneller uit elkaar valt. 
  9. Roer alles goed om en als alle smaken goed zijn opgenomen zet je het vuur uit en laat je de bumbu 5 minuten afkoelen. 
  10. Tot slot meng je de gefrituurde tempé erdoorheen. De tempé is luchtdicht zo’n 2 weken te bewaren in de koelkast en in de vriezer een paar maanden. Selamat makan!
  11.  

Wijntip

Ga voor dezelfde wijn als bij de vegan rendang. Wit, fris en heerlijk bij deze kruidige, pittige gerechten!

Deel dit bericht met vrienden

Op zoek naar iets anders?